Geschiedenis

Het Sint Jacobs- of Sint Jobsleen tot Oldehove

De oorsprong

Het St. Jacobs- of Sint Jobsleen tot Oldehove (kortweg : het Jobsleen) is in 1487, ruim 500 jaar geleden, ingesteld door de priester Jelle Juwsma en trad in 1497 in werking. Het leen moest een priester betalen, of er één opleiden, die een altaar in de kerk van Sint Vitus tot Oldehove moest bedienen. Specifiek moest hij missen lezen voor het zielenheil en de nagedachtenis van Pieter Sybrants Auckama, de vermoorde halfbroer van pastoor Jelle Juwsma. De stichtingsacte van het leen is verloren gegaan. Na de reformatie ontwikkelde het leen zich tot een studieleen dat jonge mensen uit gezinnen met geringe draagkracht, die in Leeuwarden VWO, MBO of HBO einexamen deden, een toelage schenkt voor een studie aan een erkende Nederlandse instelling voor Hoger  Beroeps Onderwijs of Wetenschappelijk Onderwijs.

De moord op Pieter Auckama……………

De moord was een gevolg van spanningen door de toegenomen economische macht van de stad Leeuwarden. De twee eeuwen lange strijd tussen de Schieringers en de Vetkopers (1325 -1524), heeft geleid tot het verloren gaan van de Friese vrijheid.

Directe aanleiding voor de moord op Pieter Auckama was een conflict over de verkoop van bier dat niet in Leeuwarden was gebrouwen. Enkele buitenlieden werden in 1487 in Leeuwarden betrapt op het drinken van Dokkums of Haarlems bier. Dit leidde tot grote  woede bij de Leeuwarder brouwers. De  buitenlieden verschansten zich in de Leeuwarder stins (versterkte woning) van Pieter van Cammingha, die door opgehitste Leeuwarders dreigde te worden bestormd. De plattelands adel bracht een leger bijeen om hun vrienden te ontzetten. Bemiddeling door de pastoor van Goutum mislukte, Leeuwarden werd aangevallen, veroverd, de stad werd geplunderd en vele mensen gedood. Zo ook de Leeuwarder olderman (rechter/burgemeester) Pieter Sybrants Auckama, die zich verborgen had, maar verraden werd.

In een kroniek uit de eerste helft van de 16e eeuw, de ’Historie van Vrieslant door Peter Jacobsz. Van Thabor’ wordt dit beschreven:

‘1487. Int iaer ons Heren M.CCCC ende lxxxvii, des daghes nae sinte Jacob Apostel, worden gram ende toernich rasende die ghemeene Schyringhe hovelingen, beide in Oestergo ende Westergo, mit den Snekers ende Fraenkers, om dat hoechmode ende ander omgewoenlicke dinghen, die Lewerders voernamen, ende den ghemeenen huysman mede vertoernden. Soe toghen die Schyringhe hovelingen voer Leewerden, mit groter macht: alsmen seyden, datter wel waren by acht dusent mannen, ende stormden Leewerden an. Mer Leewerders streden vroemlicken, ende sloghen den belegher weder af, eens of twie werwe; ende hadde die statgrafft om ende omme ghegraven gheweest, sie hadden sonder anxt die stadt wel gheholden. Mer die belegher stormde starkelic weder an, daer die graft niet ghegraven was, ende versloghen die Leewerders ende veriagheden se, ende creghen die stad tot hoeren wille. Doe wort gheslaghen meyster Peter Pinck 1), die olderman was toe Leewerden; want hem die Schyringhe hovelinghen seer hatich waren, daerom dat hy hoer voertyden hadde berispet ende leide ghedaen. Dese meyster Peter was een wijs, cloeck, voersichtich man, die Leewerden mennich iaer hadde regiert.’

1) Peter Pinck, ook wel Pinkert, was de bijnaam van Auckama, hij had de ‘meyster’-titel omdat hij in Leuven aan de  universiteit had gestudeerd.

Bron:  Drs Ria Efdée, ‘Het St Jacobs- of St Jobsleen tot Oldehove’, gedenkboek, februari 1993